Dit is een huis, waar God van zeggen zou: ‘Hier heb ik eindelijk mijn rust gevonden’, En waar verloornen veilig hun berouw Over ’t verspeelde leven staamlen konden. O hart, door liefde en haat aan God gebonden, Trekkend en knellend
Tag: gedicht aanwezig
Dresdener Kreuzchor
Hun stem vergleed in lispelen en zwijgen, Dat met zijn zoet verwachten ons omspon. Toen hoorde een ieder aan zijn eigen hijgen, Hoe groot het wonder in zijn hart begon. De knoppen van de stilte wilden bloeien, Gezwollen van een
Sonnetten – I Dit wonder is nog in mijn macht gebleven
Dit wonder is nog in mijn macht gebleven: Ik, die geen spreuk en geen bezwering ken, Ik roep u aan, als ik verlaten ben, En stort uw beeltenis vol geest en leven. Het licht gaat glanzend in uw oogen beven.
Lees meer Sonnetten – I Dit wonder is nog in mijn macht gebleven
Sonnetten – III Weet gij niet, dat’k u overal bespeur?
Weet gij niet, dat ‘k u overal bespeur? Ik heb uw wezen gretig ingedronken. Gij zijt door al mijn sferen heengezonken Gelijk door ijle zijde een zoete geur. Daar is geen oogenblik bij dag of nacht, Dat ik uw stralende
Lees meer Sonnetten – III Weet gij niet, dat’k u overal bespeur?
Sonnetten – IV Hij noemde zich: de zonneschijf is blij !
Ech-En-Aton Hij noemde zich: de zonneschijf is blij! De jonge Koning met zijn bloemgezicht. Zijn wezen scheen gestold uit louter licht. Mild was de lach die om zijn lippen lei. Zich sieren met de vreugde van zijn god, Hij wist
Lees meer Sonnetten – IV Hij noemde zich: de zonneschijf is blij !
Sonnetten – VII Dit ernstig, stil in zich verzonken zijn
Dit ernstig, stil in zich verzonken zijn Als ’t leven in die teer japansche beelden: ’t Gezicht doorschenen, vingers die vergeelden, Als dagen gelen in de zonneschijn. En dan het leven speuren in de heele Zoete bekoring van een blozen
Lees meer Sonnetten – VII Dit ernstig, stil in zich verzonken zijn
Sonnetten – X Gelaat, dat ik zoozeer heb liefgehad
Gelaat, dat ik zoozeer heb liefgehad, Dat, brandmerk, diep in mijne ziel gedrukt is, Waardoor zij werd gepijnigd en verrukt is, Gij waart in alles de verborgen schat. Sloeg schoonheids staal de vuursteen mijner ziel, Gij borst er uit, een
Lees meer Sonnetten – X Gelaat, dat ik zoozeer heb liefgehad
Brieven
Stamelwoorden van verrukking, Die geen zin en geen verband meer kennen; Flarden van gedachten, afgebroken Als een nieuwer zoeter visioen zijn toover Langs uw droomend aangezicht liet gaan. Deze onnoozle kinderlijke woorden, Heilig in hun ongeweten onschuld, Deze golvingen van
San Marco
Als uw bloode driestheid durfde erkennen, Dat wij samen in den hemel waren, Zou ik dan ’t gemeen geluk niet loven Van dit zaligheid-doordrenkt bestaan? Warm is de aarde onder onze voeten, Hoog reikt ’t gras als toen wij kindren
Dit was een dag…
Dit was een dag van heimelijk begeren, Van sterk verlangen en verholen lust. Nu wordt het avond, nu komt de rust. En Gij zult tot mijn stiller harte keren. Zoals een vogel wegduikt in zijn veren, Door t eigen trillend