Ik wist uw oogen niet zoo schoon en zacht, Ik wist niet, dat uw mond zoo zoet kon spreken, Klagen en eischen en weemoedig smeeken; Ik kende niet de teêrheid van uw kracht. Nu ben ik in. uw onbedwongen macht.
Lees meer Sonnetten – II Ik wist uw oogen niet zoo schoon en zacht