Voorjaar

In de heemlen is de lente ontloken. De avondlucht is teeder grijs en rood. En de sterren zijn tot troost ontstoken Boven aardes hopeloozen nood. Maar de lente kan niet nederdalen. Tusschen hier en ginder gaapt de nacht. Onzedonkere armoe

Sneeuwdag

Is dit Gods nieuw wereld? Pijnend licht Liggen de velden voor mijn zwak gezicht. Mijn hoofd is duizel-ijl, zo kort genezen Van aardes zware druk, doods kille vrezen. En overal is horeloos bewegen. Gestalten waden stil de blankheid tegen Der