Avond

Die ik verloor, gij zult nog in mijn lied, Als in den vreê van avondgaarden dwalen. Het maanlicht weifelt in de looverzalen, En alles wordt tot wonder, wat men ziet; De hemel, als een heimwee, schoon en bleek, Aards zoele

Schemerliedje

In de schemering is er een fluisteren: Lieveling, lieveling! De hemelen duisteren, Maar klaar glanst hopen en herinnering: Lieveling, lieveling! Kom in de schemering. Handen zullen têer streelen, En aan uw oor de heele Heele stille fluistering: Lieveling, lieveling! En