En als wij zijn gescheiden Door land en zeeën saêm – Dan speur ik in den lauwen wind Uw lentelijken aêm. Dan zal de wind mij leiden De heele wereld rond, Tot op een nieuw verblijden Ik kusse uw rooden
Auteur: Helma
Sonnetten – IV Gij zijt de schoonste van een schoon geslacht
Gij zijt de schoonste van een schoon geslacht. Na dezen bloei kan geen volmaakter wezen. Fierheid van man en vrouws bekorend vreezen Vervloeide’ in u tot één sereene pracht. Soms zijn de zomeravonden zoo zacht. Uit alle velden komt een
Lees meer Sonnetten – IV Gij zijt de schoonste van een schoon geslacht
Sonnetten – III Gij zijt zoo zacht en schuchter van gebaar
Gij zijt zoo zacht en schuchter van gebaar, Uw oogen glanzen, rein door vele tranen. Ze zijn twee groote blauwe bloemen, waar De dauw op wiegelt in het licht der mane. Uw handen dolen streelend door uw haar, En ’t
Lees meer Sonnetten – III Gij zijt zoo zacht en schuchter van gebaar
Sonnetten – II Komt gij dicht nabij mij leven
Komt gij dicht nabij mij leven Door mijn sterken wil bezworen? Kunt gij mij nu zien en hooren, Voelen mijn verlangend beven? Zal uw adem om mij zweven, Wil uw glimlach mij behooren, Zoekt uw jeugdige bekooren Zich verrukt aan
Sonnetten – I Wees maar ver, en laat uw leven
Wees maar ver, en laat uw leven Nooit naar mijn ellende nijgen. Ziel zal tot u overzweven En tot buit uw ziel verkrijgen. In nachts stil en zeegnend zwijgen, Als de droom uw hart doet beven, Zal mijn liefde in
Gij en ik tezamen
Gij en ik tezamen, behoeven wij nog meer: Schat van goud of zilver, rijkdom van werelds eer? Is niet gewin en weelde en aller- landen goed Minder dan onze armoe en ons genieten zoet? Handen van schatten ledig, is wel
Het is een blijde dag
Het is een blijde dag: het wit Der sneeuw is door geen voet gekrookt. De zonneschijn is zuiver goud. De luchten staan van kristallijn. De wind, die door de boomen strookt, Rooft heel hun schat van tintlend rijm. En als
Sonnetten – VII Nu heeft hij aan doods koele peel
Beatus ille Nu heeft hij aan doods koele peel Zijn blonde hoofd zoo moe gevlijd. En daar is geen die om hem schreit, Noch om zijn vroegverloren deel. Over de zoet geloken scheel Zons gulden goedertierenheid, Over de handen benedeid
Sonnetten – VI O neem en drink den doodelijken drank
non dolet O neem en drink den doodelijke drank! Hij zal uw zoete mond niet bitter maken. Eén helle schrik uw armelijke haken Gaat over in een leven licht en blank. Nóg zijn uw oogen van ontberen krank, Nóg
Lees meer Sonnetten – VI O neem en drink den doodelijken drank
Sonnetten – V Ook deze liefde zal wel sterven
Ook deze liefde zal wel sterven, Gelijk op aarde alles sterft, Tusschen verliezen en verwerven Is slechts verlangen, dat verderft: (Dàn heeft ons al hoop begeven, Bezinnen wij ons op den dood; Dàn bot en bloeit het ijle leven, En