Bach

Cantate: Alan einget mit Freuden on Sieg. In ’t donker van de kamer is ’t Lachen van engelen begonnen, Waardoor wij worden overwonnen En helder Gods geheimenis Ervaren, of met nieuwe namen Ons noemende Hij tot ons kwam, Ons voorhoofd

Zomerwolken

O sterk verlangen, dat in zuchten En tranen aan de ziel ontstijgt, En straks, verklaard, in reiner luchten, Een hemelsche gestalte krijgt. Er moet gezwoegd zijn en gezwegen, Ziel moet gehaat zijn en gejaagd, Eer u, Bees aardsche sfeer ontstegen,

Avond

Hij talmde met het luik te sluiten. Een vogel vloog de struiken in. Het laatste rood ontvlood de ruiten En het werd avond in zijn zin. En alles wat hij dacht was: rusten! En wat hij deed, was sterk maar

De beek

Gij hebt uw bedding diep gegraven, Smalle kristallen beek, Om versch te lesschep en te laven Wat bij u nederstreek. Het zaad, door God hierheen bevolen, Zocht en vond honk, Wanneer ’t zijn wortelen liet dolen Tot u, en dronk.