Ganymedes

Achter de loome koeien Lag ‘k aan den lauwen grond. De bleeke avondstond Stierf van een groot vermoeien. Diep zonk in mijn koele oogenp mijn Helios’ gouden blik. Mijn hart voelde zoete schrik, Of de heemlen naar mij bewogen. In

Ikaros

Hij vloog … met kalmen slag der breedgewelfde zwingen, Waar, stug en stijf gepend, geen zuchtjen door ontweek. En om hem was de lucht een klinken en een zingen, Terwijl zijn blijde ziel, van heil verslagen, zweeg. Hij voelde langs

De boer

Het voorjaar is ontwaakt, en rinsche geuren waaien Den taaien bodem uit, nog grauw en bar en braak, En prikkelen den lust tot ploegen en tot zaaien: De harde noodzaak wordt een vreugdevolle taak. Ik kies de kloeksten van de