Sneeuwdag

Is dit Gods nieuw wereld? Pijnend licht Liggen de velden voor mijn zwak gezicht. Mijn hoofd is duizel-ijl, zo kort genezen Van aardes zware druk, doods kille vrezen. En overal is horeloos bewegen. Gestalten waden stil de blankheid tegen Der

Liedje

En als wij zijn gescheiden Door land en zeeën saêm – Dan speur ik in den lauwen wind Uw lentelijken aêm. Dan zal de wind mij leiden De heele wereld rond, Tot op een nieuw verblijden Ik kusse uw rooden

Schemerliedje

In de schemering is er een fluisteren: Lieveling, lieveling! De hemelen duisteren, Maar klaar glanst hopen en herinnering: Lieveling, lieveling! Kom in de schemering. Handen zullen têer streelen, En aan uw oor de heele Heele stille fluistering: Lieveling, lieveling! En

Avond

Die ik verloor, gij zult nog in mijn lied, Als in den vreê van avondgaarden dwalen. Het maanlicht weifelt in de looverzalen, En alles wordt tot wonder, wat men ziet; De hemel, als een heimwee, schoon en bleek, Aards zoele