Finis

Weinig zal er nog geschreven worden. Wat zal leven in toekomstige eeuwen? De trekvogels joegen langs met schreeuwen. In onze harten liet iets los en dorde. Over uwe oogen en de mijne Zijn eensklaps andere heemlen ontwaakt. De witte midag

Miserere

Heere, zij hebben U kwaad gedaan, Van dat Gij waart geboren, Tot men U met een balk belaá n Tusschen de moordenaars deed gaan En hangen aan het hout. Gij hebt soldaten en joden Vergeving aangeboden. Ach Heere, Miserere wie

Geboorte

Reeds was in haar het afscheidnemen Begonnen tusschen haar hart en het kind, Misschien zou ze in ’t licht als een vreemde Aanschouwen, die ze in ’t donker had bemind. Zij dacht aan het wonder, dat ze open Zou wezen