Operatie

Zij vreesde niet voor ’t mes, maar voor een hand Die als een schaduw in het glinstren kaatste, En dacht bij iedre zucht: dit is de laatste, En werd zeer rustig, ziende naar den wand, Die blank zich tegenover haar

Ziek

Zij zeide: Ik dacht toen ik ging slapen: deze nacht Zal ik ’t geheim in droomen zien verklaren, Maar ik sliep grondeloozer dan sinds jaren En werd als kind weer tot het licht gebracht. Afkeerig voelde ik ’t warme zonnelonken.

Vruchteloos

Nog dringt uw ademfluistren tot ons door, Ofschoon gij van ons hart zijt weggeborgen. Een vaag gemurmel van uw verre zorgen Bleef wonen in de gangen van ons oor. Over de heide, tusschen heuvels door, Waaien de nevels eiken wintermorgen.

Strofe

Bloemen en jeugd zijn opgenomen In een wit glanzen; ons hart is ontdaan. Zij moeten tot het groote rijpen komen, In wijde stilten wezen, en voortaan Zwaarder leven, en schielijk verloren Gaan aan zichzelf, aan alles vergaan. Bloemen en jeugd

De duif

Angstig maakt hem het fluisterspreker, De troetelwoorden, het geduld, En oogen boordevol gevuld Met weenen, dat niet uit mag breken. En koortsig zegt zijn hooge stem: Ik hoor het kirren van mijn duiven. Vader, laat toch het raam opschuiven! En