De brief

De ruiter had zich naar mij toegebogen En langde mij een brief van rijstpapier Ik heb mij voor uw ijlbode gebogen. Uw teekens lispelden: kom spoedig hier! Over het blad papier had gij de teeken- bloemen gestrooid met achtloos lief

De brug

Ik heb het fluitje aan mijn mond gezet. Mijn vingers overtrippelen de gaten Buiten mijn tuin ligt de rivier gebed In maanlicht, en er rijst een brug van jade. Een brug van jade overspant het licht, Mollig van schaduw aan

Avondgebed

Gij hebt het daglicht weggenomen, En over onze levenstijd Begint erbarmend uit te stroomen De rust die Gij uw volk bereidt. Er is gearbeid en gezondigd, Met recht verstand en dwaas beleid, God, die aan allen vreê verkondigt, Wij hopen