De componist

Hij had de deuren afgesloten En alle vensters dichtgedaan. Toen is zijn leven weggevloten En weer als melodie ontstaan. Ontbindingen, en samenstroomen Van zielsbezit en zinnenbuit, Vermoedingen en vondsten komen Schokkend en glijdend tot geluid. Het is een eindeloos versterven

De zwerver

Uw goedheid schiep de tuinen en de weiden, Het stuifzand en de bosschen zonder pad, En mij, die zich als vreemdeling liet leiden, Naar wensch en toeval rustig nederzat, Tevreden met wat Gij hebt voorgeschreven Tot sterking van dit dwalende